Welke applicaties mogen gebruikers uitvoeren? En welke rechten hebben ze daarvoor nodig?
Voor IT-organisaties is dat een belangrijk onderdeel van endpoint security. Gebruikers moeten kunnen werken met de software die ze nodig hebben, maar je wilt tegelijkertijd voorkomen dat zomaar iedere applicatie kan worden uitgevoerd of dat gebruikers onnodig administratorrechten hebben. Ivanti Neurons for App Control helpt om daar meer grip op te krijgen.
Controle over applicaties
Met Application Control bepaal je welke applicaties binnen de organisatie mogen worden uitgevoerd. Je kunt vertrouwde applicaties toestaan en ongewenste of onbekende software blokkeren.
Daarbij kun je regels en uitzonderingen instellen. Zo hoeft een applicatie niet direct voor iedereen geblokkeerd te worden wanneer deze voor een specifieke gebruiker of situatie wel nodig is.
Het doel is niet om gebruikers zoveel mogelijk te beperken, maar om gericht controle te houden over wat er op endpoints gebeurt.
Minder administratorrechten
Een veelvoorkomende uitdaging is het gebruik van lokale administratorrechten. Gebruikers hebben deze rechten soms nodig om bepaalde software te installeren of een specifieke handeling uit te voeren.
Maar permanente administratorrechten brengen ook risico’s met zich mee.
Met Application Control kunnen rechten gerichter worden toegekend. Een gebruiker kan bijvoorbeeld toestemming krijgen om een specifieke applicatie met verhoogde rechten uit te voeren, zonder daarvoor standaard volledige administratorrechten te hebben.
Zo kun je het principe van least privilege beter toepassen: gebruikers krijgen de rechten die ze nodig hebben, maar niet automatisch meer.
Veilig werken zonder onnodige blokkades
Securitybeleid moet aansluiten op de dagelijkse praktijk. Wanneer gebruikers voor iedere applicatie of handeling bij IT moeten aankloppen, kan dat al snel voor frustratie zorgen.
Application Control biedt daarom mogelijkheden om uitzonderingen en gecontroleerde toegang in te richten. IT houdt de controle, terwijl gebruikers binnen de afgesproken kaders zelfstandig kunnen blijven werken.
Dat maakt Application Control interessant voor organisaties die security verder willen aanscherpen zonder de werkplek onnodig ingewikkeld te maken.
Onderdeel van Autonomous Endpoint Management
Application Control staat niet los van endpointbeheer. Ivanti positioneert Application Control en Privilege Management als aanvullende mogelijkheden binnen Autonomous Endpoint Management (AEM).
Binnen AEM komen verschillende onderdelen van endpointbeheer samen, zoals endpoint management, patch management, security en automatisering.
Application Control voegt daar controle over applicaties en gebruikersrechten aan toe.
Daarmee kun je verschillende vraagstukken binnen endpointbeheer met elkaar verbinden. Bijvoorbeeld: zorgen dat software up-to-date is, kwetsbaarheden aanpakken én bepalen welke applicaties en rechten gebruikers mogen gebruiken.
Wanneer is Application Control interessant?
Application Control kan interessant zijn als je:
- lokale administratorrechten wilt verminderen;
- meer controle wilt over applicaties op endpoints;
- ongeautoriseerde software wilt beperken;
- gebruikers zelfstandig wilt laten werken binnen duidelijke kaders;
- endpointbeheer en security verder met elkaar wilt verbinden.
Het gaat uiteindelijk om de balans tussen veiligheid, beheer en gebruiksgemak.
Meer grip op je endpointomgeving
Een veilige endpointomgeving vraagt om meer dan alleen het installeren van updates. Ook applicaties en gebruikersrechten spelen een belangrijke rol.
Ivanti Neurons for App Control biedt organisaties mogelijkheden om daar meer controle over te krijgen en past daarmee goed binnen een bredere AEM-strategie.
Axle-IT helpt organisaties bij het adviseren, implementeren en optimaliseren van Ivanti-oplossingen. We kijken daarbij naar de technologie én naar hoe deze aansluit op de bestaande IT-omgeving.
Benieuwd wat Ivanti Application Control kan betekenen voor jouw organisatie?